Citaten: uit Neue Paralipomena van A. Schopenhauer

Citaten 1 t/m 5 van 5.

1
  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +12
    Wie verstandig is, zal in de conversatie minder denken aan datgene, waarover hij spreekt, dan aan degene, met wie hij spreekt.
    Origineel: Wer klug ist, wird im Gespräch weniger an das denken, worüber er spricht, als an den, mit dem er spricht.
    Bron: Neue Paralipomena
  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +10
    Hoe minder iemand denkt, des te minder zal aan zijn ogen ontgaan: het zien moet bij hem de plaats van het denken innemen.
    Origineel: Je weniger einer denkt, desto mehr hat er die Augen überall: das Sehn muss bei ihm die stelle des Denkens vertreten.
    Bron: Neue Paralipomena
  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +10
    Ten gevolge van zijn persoonlijkheid en zijn omstandigheden, leeft ieder, zonder uitzondering, in een zekere beperktheid van begrippen en opvattingen.
    Origineel: Infolge seiner Individualität und Lage, lebt jeder, ohne Ausnahme, in einer gewissen Beschränkung der Begriffe und Ansichten.
    Bron: Neue Paralipomena
  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +2
    Op de hoogten is het eenzaam.
    Bron: Neue Paralipomena 595
  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +1
    Om te geloven is men geen wijsgeer.
    Bron: Neue Paralipomena
1
A. Schopenhauer

A. Schopenhauer

Duits filosoof
Leefde van: 1788-1860
Categorie: Filosofen
Bekijk alle citaten van A. Schopenhauer.

Over A. Schopenhauer

Duits filosoof, was de zoon van een koopman. Zijn moeder (Johanna) en zijn zuster (Adèle) werden bekend als romanschrijfsters. Hij werd door zijn vader voor de handel bestemd, maar na diens zelfmoord in 1805 volgde Schopenhauer zijn eigen wens door in enkele jaren het gymnasiumprogramma in te halen en aan de universiteiten van Göttingen en Berlijn natuurwetenschappen en filosofie te studeren. In 1813 promoveerde hij in Jena en in de daaropvolgende jaren schreef hij zijn hoofdwerk, Die Welt als Wille und Vorstellung, waarna hij in 1820 in Berlijn als privaatdocent werd toegelaten. Door zijn zelfverzekerde en agressieve houding vooral ten opzichte van Georg Wilhelm Friedrich Hegel kreeg hij nauwelijks toehoorders, zodat hij in 1831 bij de cholera-epidemie Berlijn verliet om er nooit meer terug te keren. Hij bleef verder in Frankfurt wonen, waar hij leefde van de erfenis van zijn vader. Pas in 1853 werd hij beroemd, na een artikel over hem in de Westminster Review, dat ook in Duitsland verscheen. Met het politiek gebeuren liet hij zich niet in: zijn uitlatingen hierover doen hem als conservatief en antirevolutionair kennen.