Citaten: achteruit

Citaten 1 t/m 10 van 15.

  • Sören Kierkegaard
    Sören Kierkegaard
    Deens filosoof 1813-1855
    ajax-loader
    - +
    +4

    Iedere keer dat iemand de zaak werkelijk één duim vooruitbrengt, komt er onmiddellijk een stoet van docenten en sprekers die deze vooruitgang omzetten in een leer - dat wil zeggen: de zaak gaat weer achteruit.

  • Harry Mulisch
    Harry Mulisch
    Nederlands schrijver 1927-2010
    ajax-loader
    - +
    +4

    Schrijven is stratenmaken; op je knieën liggen en achteruit kruipen.

    Bron: Manifesten (1958)

  • Kadé Bruin
    Kadé Bruin
    Nederlands schrijver
    ajax-loader
    - +
    +3

    Achteruit kost ook benzine.

  • Remco Campert
    Remco Campert
    Nederlands letterkundige 1929 -
    ajax-loader
    - +
    +3

    Poëzie is achteruit luisteren en vooruit zien.

  • Paul Valéry
    Paul Valéry
    Frans dichter 1871-1945
    ajax-loader
    - +
    +2

    Wij gaan achteruit de toekomst binnen.

    Origineel: Nous entrons dans l'avenir à reculons.

    Bron: Variété (1944)

  • Friedrich Naumann
    Friedrich Naumann
    Duits politicus en predikant 1860-1919
    ajax-loader
    - +
    +1

    De oorlog heeft ons, ook wanneer hij met een overwinning eindigt, in ieder geval tientallen jaren achteruit gezet.

  • Spinoza
    Spinoza
    Nederlands filosoof 1632-1677
    ajax-loader
    - +
    +1

    Het achteruit ziende is het idealisme van de avondschemering; het vooruitziende dat der morgenschemering.

  • Jean Cocteau
    Jean Cocteau
    Frans schrijver 1889-1963
    ajax-loader
    - +
    +1

    Wanneer een werk de indruk geeft vooruit te zijn op zijn tijd, dan is het eenvoudigweg de tijd die achteruit is op het werk.

  • Talmud
    ajax-loader
    - +
    +1

    Wie niet in kennis vooruitgaat, gaat achteruit.

  • Friedrich Rückert
    Friedrich Rückert
    Duits dichter 1788-1866
    ajax-loader
    - +
     0

    Alleen hij, die aanmatigend is, voelt zich achteruit gezet. Wie opzij treedt, is noch de eerste noch de laatste.

    Bron: Die Weisheit des Brahmanen 16, 19