A. Schopenhauer

A. Schopenhauer

Duits filosoof

Leefde van: 1788-1860

Categorie: Filosofen

Citaten: A. Schopenhauer

Citaten 31 t/m 40 van 185.

  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +26
    Beperkingen maken je gelukkig.
  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +26
    Boven alle lof verheven is hij die goed spreekt van de man die kwaad over hem spreekt.
  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +26
    Intellect is onzichtbaar voor hem die het zelf niet heeft.
  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +26
    Van de mening van anderen afwijken wordt voor een belediging gehouden, want het is de veroordeling van een andermans oordeel.
  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +25
    Als je iemand boos wil maken lieg dan. Als je iemand razend wil maken, zeg hem dan de waarheid.
  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +25
    Het egoïsme regeert de wereld.
  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +25
    Wat alle levende wezens in beslag neemt en in beweging houdt, is het streven naar bestaan. Maar als het eenmaal veiliggesteld is, weten ze met dat bestaan niets aan te vangen.
  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +23
    Bij veel mensen ziet men dat het kijken gewoon de plaats van het denken heeft ingenomen.
    Origineel: Vielen Leuten sieht man an, dass bei ihnen das Sehen die Stelle des Denkens ganz eingenommen hat.
    Bron: Parerga und Paralipomena (1851)
  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +23
    Vele mensen beroepen zich op de vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken, waar ze weinig gebruik van maken.
  • A. Schopenhauer
    A. Schopenhauer
    - +
    +22
    Humor is achter scherts verscholen ernst.

Over A. Schopenhauer

Duits filosoof, was de zoon van een koopman. Zijn moeder (Johanna) en zijn zuster (Adèle) werden bekend als romanschrijfsters. Hij werd door zijn vader voor de handel bestemd, maar na diens zelfmoord in 1805 volgde Schopenhauer zijn eigen wens door in enkele jaren het gymnasiumprogramma in te halen en aan de universiteiten van Göttingen en Berlijn natuurwetenschappen en filosofie te studeren. In 1813 promoveerde hij in Jena en in de daaropvolgende jaren schreef hij zijn hoofdwerk, Die Welt als Wille und Vorstellung, waarna hij in 1820 in Berlijn als privaatdocent werd toegelaten. Door zijn zelfverzekerde en agressieve houding vooral ten opzichte van Georg Wilhelm Friedrich Hegel kreeg hij nauwelijks toehoorders, zodat hij in 1831 bij de cholera-epidemie Berlijn verliet om er nooit meer terug te keren. Hij bleef verder in Frankfurt wonen, waar hij leefde van de erfenis van zijn vader. Pas in 1853 werd hij beroemd, na een artikel over hem in de Westminster Review, dat ook in Duitsland verscheen. Met het politiek gebeuren liet hij zich niet in: zijn uitlatingen hierover doen hem als conservatief en antirevolutionair kennen.