Confucius

Confucius

Chinees filosoof

Leefde van: 551 v.C. - 479 v.C.

Categorie: Filosofen

Citaten: Confucius

Citaten 61 t/m 70 van 117.

  • Confucius
    Confucius
    - +
    +21

    Wie bij zijn spreken geen bescheidenheid betracht, zal moeite hebben zijn woorden goed te maken.

  • Confucius
    Confucius
    - +
    +20

    Pas als je naar de overkant van de zee roeit, zul je ondervinden wie je werkelijk bent.

  • Confucius
    Confucius
    - +
    +20

    Wie de hemel beledigt, heeft niemand tot wie hij zijn gebeden kan richten.

  • Confucius
    Confucius
    - +
    +20

    Wie zijn gedachten niet in de verte stuurt, zal zorgen vinden in zijn nabijheid.

  • Confucius
    Confucius
    - +
    +19

    Deugd blijft niet lang eenzaam, zij krijgt spoedig buren.

  • Confucius
    Confucius
    - +
    +19

    Pas op de jeugd. Je weet niet hoe ze zich ontwikkelen zal.

  • Confucius
    Confucius
    - +
    +18

    De waarlijk goede mens is evenwichtig en gerust van ziel. Niets kan hem in verwarring brengen. De waarlijk moedige mens kent geen vrees.

  • Confucius
    Confucius
    - +
    +17

    Het einde van de dag is nabij als kleine mensen lange schaduwen werpen.

  • Confucius
    Confucius
    - +
    +17

    Het hart van de wijze hoort, als een spiegel, alle voorwerpen te weerkaatsen, zonder door een enkele ervan besmeurd te worden.

  • Confucius
    Confucius
    - +
    +17

    Het is niet de waarheid die de mens groot maakt, maar de mens die de waarheid groot maakt.

Over Confucius

Confucius is de gelatiniseerde versie van K'oeng Foe-tse (Meester K'oeng). Eén van China's oudste en meest vereerde filosoof. Confucius stamde uit een verarmde adellijke familie in de staat Loe, het tegenwoordige Sjan-toeng. Zijn vader stierf toen Confucius nog maar twee jaar oud was. Onder bescherming van een invloedrijke patroon kon hij zich bekwamen in boogschieten, wagenmennen, muziek, schrijven, 'ceremoniën' en 'geschiedenis' - de 'zes kunsten' die hij zelf later voor de opvoeding van zijn leerlingen onmisbaar achtte. Confucius maakte zich later verdienstelijk aan het hof van Loe in verschillende ambten: onder andere als administrateur, belastinginner, 'ceremoniemeester', magistraat en minister. De dood van zijn patroon maakte een eind aan deze carrière. Van 492-483 v.C. zwierf hij, vergezeld van een schare aanhangers, van staat tot staat zonder succes zijn diensten aanbiedend en proberend gehoor te vinden voor zijn hervormingsideeën. Teleurgesteld keerde hij in Loe terug. Hij stichtte daar een school van waaruit hij zijn gedachtes en ervaringen overdroeg aan een kring van toegewijde volgelingen. Dit leidde later tot de Confuciaanse school, die een zeer grote rol zou spelen bij het proberen om China's politiek-sociale problemen op te lossen