Marcus Aurelius

Marcus Aurelius

Romeins keizer

Leefde van: 121-180

Categorie: Politiek

Citaten: Marcus Aurelius

Citaten 31 t/m 40 van 74.

  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +13
    Wanneer ge een weldaad hebt bewezen en een ander heeft haar genoten, waarom zoudt ge dan nog bovendien, zoals dwazen doen, een derde begeren: als weldoener geprezen te worden of dank te oogsten.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +13
    Welke een klein deel van de eindeloze en onmetelijke tijd is een ieder van ons toegemeten.Het wordt zo snel door de eeuwigheid opgeslokt!
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +12
    Als je wil weten wat tevredenheid is, verricht dan weinig daden.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +12
    Levenskunst ligt dichter bij de krijgskunde dan bij de danskunst.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +11
    De mens die in harmonie met zichzelf leeft, leeft in harmonie met het universum.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +10
    Beperk jezelf tot het heden.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +10
    Je hebt macht over je geest, niet over de gebeurtenissen buiten jou. Besef dit en je zult kracht vinden.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +9
    Wanneer je wakker wordt denk aan wat een kostbaar voorrecht het is om te leven; om te ademen, om na te denken, om te genieten, om lief te hebben.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +8
    Het is belachelijk zijn eigen slechtheid niet te ontvluchten - wat toch mogelijk is - maar wel die van anderen, ofschoon dat onmogelijk is.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +8
    Sterven is óók een levensverrichting.

Citaten in werken van Marcus Aurelius

Over Marcus Aurelius

Marcus Aurelius is geboren op 20 april 121. Hij trouwde in 145 met de dochter van de latere keizer Pius. Zestien jaar later, in 161, werd hij zelf keizer. Zijn regeertijd wordt gekenmerkt door twee thema's. Ten eerste de toenemende dreiging van "barbaarse" volkeren in het noorden, en een grote betrokkenheid met zijn onderdanen, met name de armen. Zijn legioenen slaagden erin om de aanvallen van de Parthesiers (166) en de Germanen (167) af te slaan. Tussen deze oorlogen in voerde hij hervormingen door. In 176 ging hij opnieuw naar de noordelijke grens van het Keizerrijk met de bedoeling deze te verleggen naar de Vistula rivier. Hij overleed in 180 als gevolg van de pest in het huidige Wenen, nog voordat hij aan zijn invasie kon beginnen. Hij toonde in zijn regeertijd een grote betrokkenheid met de armen in het Rijk en richtte scholen, weeshuizen en ziekenhuizen op. Daarentegen was hij meedogenloos bij de vervolging van de Christenen, die hij als een grote bedreiging van het Rijk zag, vooral doordat hun weigering van de staatsgodsdienst een grote bron van verzet kon worden. Vervolging is altijd een teken van zwakte en ook hierin wordt duidelijk dat de superieuriteit van het Romeinse Rijk tanende was.