Marcus Aurelius

Marcus Aurelius

Romeins keizer

Leefde van: 121-180

Categorie: Politiek

Citaten: Marcus Aurelius

Citaten 51 t/m 60 van 74.

  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +3
    Als iets moeilijk is voor jou, denk dan niet dat het voor iedereen onmogelijk is.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +3
    Armoede is de moeder van de misdaad.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +3
    De kunst van het leven is meer worstelen dan dansen.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +3
    Doe elke daad van je leven alsof het je laatste is.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +3
    Onrecht doet dikwijls hij, die iets niet doet, niet alleen hij die iets doet.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +3
    Pas je aan aan de dingen om je heen waartoe het lot je heeft veroordeeld en hou oprecht van je medemensen te midden van wie het lot je in het leven heeft geplaatst.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +3
    Verspil geen tijd meer met ruzie over wat een goed mens behoort te zijn. Wees er een!
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +3
    Wees tevreden met succes in zelfs de kleinste dingen. En bedenk dat zelfs zo'n resultaat geen kleinigheid is.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +3
    Woede kan niet oneerlijk zijn.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +2
    Als iemand me kan laten zien en me kan overtuigen dat ik iets verkeerds denk of doe, dan zal ik met liefde veranderen; want ik wens de waarheid te weten, die nog nooit iemand gekwetst heeft.

Citaten in werken van Marcus Aurelius

Over Marcus Aurelius

Marcus Aurelius is geboren op 20 april 121. Hij trouwde in 145 met de dochter van de latere keizer Pius. Zestien jaar later, in 161, werd hij zelf keizer. Zijn regeertijd wordt gekenmerkt door twee thema's. Ten eerste de toenemende dreiging van "barbaarse" volkeren in het noorden, en een grote betrokkenheid met zijn onderdanen, met name de armen. Zijn legioenen slaagden erin om de aanvallen van de Parthesiers (166) en de Germanen (167) af te slaan. Tussen deze oorlogen in voerde hij hervormingen door. In 176 ging hij opnieuw naar de noordelijke grens van het Keizerrijk met de bedoeling deze te verleggen naar de Vistula rivier. Hij overleed in 180 als gevolg van de pest in het huidige Wenen, nog voordat hij aan zijn invasie kon beginnen. Hij toonde in zijn regeertijd een grote betrokkenheid met de armen in het Rijk en richtte scholen, weeshuizen en ziekenhuizen op. Daarentegen was hij meedogenloos bij de vervolging van de Christenen, die hij als een grote bedreiging van het Rijk zag, vooral doordat hun weigering van de staatsgodsdienst een grote bron van verzet kon worden. Vervolging is altijd een teken van zwakte en ook hierin wordt duidelijk dat de superieuriteit van het Romeinse Rijk tanende was.