Marcus Aurelius

Marcus Aurelius

Romeins keizer

Leefde van: 121-180

Categorie: Politiek

Citaten: Marcus Aurelius

Citaten 61 t/m 70 van 74.

  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +2
    Bedenk dat het niet de omstandigheden zijn die uw geest in beslag nemen. Het is alleen onze denkwijze erover die verwarring brengt.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +2
    Degene die de aandacht niet richt op wat zich afspeelt in de ziel van een ander, is niet ongelukkig; maar zij die de roerselen in hun eigen ziel niet nauwlettend volgen, moeten wel ongelukkig zijn.
    Bron: Overpeinzingen II, 8
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +2
    Men bestaat omwille van elkaar.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +2
    Niet alleen doen, maar ook laten, kan zonde zijn.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +2
    Niet anders wensen dan wat jezelf overkomt en wat daarmee verweven is. Want wat zou beter bij je passen?
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +2
    Volmaaktheid van karakter houdt in dat je zonder beroering, verstarring of huichelarij, iedere dag doorbrengt alsof het de laatste was.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +2
    Waarop de zin van een mens gericht is, dat bepaalt zijn waarde.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +2
    Woede kan niet oneerlijk zijn.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +1
    Als je iets moeilijk vindt, overweeg dan of het voor iemand anders mogelijk zou zijn om het te doen. Want je kunt alles bereiken wat binnen de menselijke mogelijkheden valt.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +1
    Elke dag heeft zijn eigen geschenken.

Citaten in werken van Marcus Aurelius

Over Marcus Aurelius

Marcus Aurelius is geboren op 20 april 121. Hij trouwde in 145 met de dochter van de latere keizer Pius. Zestien jaar later, in 161, werd hij zelf keizer. Zijn regeertijd wordt gekenmerkt door twee thema's. Ten eerste de toenemende dreiging van "barbaarse" volkeren in het noorden, en een grote betrokkenheid met zijn onderdanen, met name de armen. Zijn legioenen slaagden erin om de aanvallen van de Parthesiers (166) en de Germanen (167) af te slaan. Tussen deze oorlogen in voerde hij hervormingen door. In 176 ging hij opnieuw naar de noordelijke grens van het Keizerrijk met de bedoeling deze te verleggen naar de Vistula rivier. Hij overleed in 180 als gevolg van de pest in het huidige Wenen, nog voordat hij aan zijn invasie kon beginnen. Hij toonde in zijn regeertijd een grote betrokkenheid met de armen in het Rijk en richtte scholen, weeshuizen en ziekenhuizen op. Daarentegen was hij meedogenloos bij de vervolging van de Christenen, die hij als een grote bedreiging van het Rijk zag, vooral doordat hun weigering van de staatsgodsdienst een grote bron van verzet kon worden. Vervolging is altijd een teken van zwakte en ook hierin wordt duidelijk dat de superieuriteit van het Romeinse Rijk tanende was.