Citaten: uit De antichrist van Friedrich Nietzsche

Citaten 1 t/m 5 van 5.

1
  • Friedrich Nietzsche
    Friedrich Nietzsche
    - +
    +29
    Wat is slecht? - Alles wat voortkomt uit zwakte.
    Bron: De Antichrist (1888)
  • Friedrich Nietzsche
    Friedrich Nietzsche
    - +
    +20
    Mensen kunnen niet bekeerd worden, men moet er ziek genoeg voor zijn.
    Bron: De Antichrist (1888)
  • Friedrich Nietzsche
    Friedrich Nietzsche
    - +
    +17
    Onrecht is nooit gelegen in ongelijkheid van rechten, het is gelegen in de aanspraak op `gelijke' rechten.
    Bron: De Antichrist (1888)
  • Friedrich Nietzsche
    Friedrich Nietzsche
    - +
    +2
    Het schuldoffer en wel in zijn weerzinwekkendste, meerst barbaarse vorm, het offer van de onschuldige voor de zonden van de schuldigen! Welk een huiveringwekkend heidendom!
    Bron: De antichrist (1888)
  • Friedrich Nietzsche
    Friedrich Nietzsche
    - +
     0
    Wat is schadelijker dan alle ondeugden? - Het daadwerkelijke medelijden met alle mislukkelingen en zwakkelingen - het christendom...
    Origineel: Was ist schädlicher als irgend ein Laster? - Das Mitleiden der That mit allen Missrathnen und Schwachen - das Christenthum...
    Bron: De Antichrist (1888) 2
1
Friedrich Nietzsche

Friedrich Nietzsche

Duits dichter en filosoof
Leefde van: 1844-1900
Categorie: Filosofen | Dichters (Hedendaags)
Bekijk alle citaten van Friedrich Nietzsche.

Over Friedrich Nietzsche

Nietzsche werd in 1844 geboren in een dorpje nabij Leipzig. Hij groeide op in een zeer vroom gezin: zijn vader was dominee en zijn moeder kwam uit een domineesfamilie. Na de dood van zijn vader in 1849 verhuisde Nietzsche met zijn moeder en zusje naar Naumburg, alwaar hij in 1854 naar het gymnasium ging. In 1864 begon hij met studeren aan de universiteit van Bonn. Al tijdens zijn schooltijd had Nietzsche een grote belangstelling voor de klassieke oudheid. Aan de universiteit van Leipzig leerde hij het werk van Schopenhauer kennen, die een grote invloed op Nietzsche heeft gehad. Nietzsche werd in 1870 gevraagd hooglereaar in de klassieke filologie te worden aan de universtiteit van Basel. Door een verslechterende gezondheid was hij in 1877 genoodzaakt te stoppen met werken. De toelage die hij ontving van de universiteit stelde hem desondanks in staat om aan zijn boeken te werken. Op 45 jarige leeftijd, stortte hij, tijdens een verblijf in een pension in Turijn, geestelijk in. Hij leek ieder besef van realiteit verloren te hebben. Tot zijn dood in 1900 bleef hij in deze toestand: hij zou niet meer genezen. Dat zijn zuster Elizabeth, een fervent nationaal-socialist, hierdoor verantwoordelijk werd voor zijn nalatenschap heeft zijn imago geen goed gedaan.