Citaten: uit Ta eis heauton van Marcus Aurelius

Citaten 1 t/m 4 van 4.

1
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +30
    Elk mens is blij met iets anders. Ik ben gelukkig als mijn innerlijke kompas goed functioneert en zich niet afwendt van de mensen en hun lotgevallen, maar alles welwillend bekijkt en elk ding aanvaardt en gebruikt in overeenstemming met zijn waarde.
    Bron: Ta eis heauton , VIII.43
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +27
    Neem blijmoedig afscheid van het leven, zoals een rijpe olijf valt, die de natuur zegent en dankbaar is jegens de boom waaraan zij groeide.
    Bron: Ta eis heauton
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +21
    Wat niet goed is voor de korf, is niet goed voor de bijen.
    Bron: Ta eis heauton
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +16
    Voordat je spreekt, moet men van je gezicht kunnen aflezen wat je gaat zeggen.
    Bron: Ta eis heauton
1
Marcus Aurelius

Marcus Aurelius

Romeins keizer
Leefde van: 121-180
Categorie: Politiek
Bekijk alle citaten van Marcus Aurelius.

Citaten in werken van Marcus Aurelius

Over Marcus Aurelius

Marcus Aurelius is geboren op 20 april 121. Hij trouwde in 145 met de dochter van de latere keizer Pius. Zestien jaar later, in 161, werd hij zelf keizer. Zijn regeertijd wordt gekenmerkt door twee thema's. Ten eerste de toenemende dreiging van "barbaarse" volkeren in het noorden, en een grote betrokkenheid met zijn onderdanen, met name de armen. Zijn legioenen slaagden erin om de aanvallen van de Parthesiers (166) en de Germanen (167) af te slaan. Tussen deze oorlogen in voerde hij hervormingen door. In 176 ging hij opnieuw naar de noordelijke grens van het Keizerrijk met de bedoeling deze te verleggen naar de Vistula rivier. Hij overleed in 180 als gevolg van de pest in het huidige Wenen, nog voordat hij aan zijn invasie kon beginnen. Hij toonde in zijn regeertijd een grote betrokkenheid met de armen in het Rijk en richtte scholen, weeshuizen en ziekenhuizen op. Daarentegen was hij meedogenloos bij de vervolging van de Christenen, die hij als een grote bedreiging van het Rijk zag, vooral doordat hun weigering van de staatsgodsdienst een grote bron van verzet kon worden. Vervolging is altijd een teken van zwakte en ook hierin wordt duidelijk dat de superieuriteit van het Romeinse Rijk tanende was.