Citaten uit Het verhaal van het christendom van Augustinus

  • Bij wijsheid hoort het doorgronden met het intellect van wat eeuwig is; bij kennis het rationeel begrijpen van wat tijdelijk is.
  • De dood moet geen kwaad geacht worden, als hij het einde is van een goed leven.
  • Een vriend is iemand die alles van je weet en toch van je houdt.
  • God dienen is de ware vrijheid.
  • Geloof is aannemen wat wij niet zien, en de beloning voor geloof is zien wat wij aannemen.
  • Heb lief en doe wat je wilt.
  • Geduld is de metgezel van wijsheid.
  • U heeft ons voor Uzelf geschapen, o Heer, en rusteloos is ons hart tot het rust vindt in U.
  • Als Christus duizend maal geboren zou zijn in de stal, maar niet in ons hart, dan was Zijn geboorte overbodig.
  • Ik geloof, omdat het tegen mijn verstand ingaat.
+7

Citaten 1 t/m 1 van 1.

  • God heeft zout in onze monden gelegd, opdat wij naar Hem zouden dorsten.
    Bron: Het verhaal van het christendom
    ― Augustinus
    - +
    +47
De beste Het verhaal van het christendom van Augustinus citaten, wijsheden, quotes en uitspraken vindt u nu al ruim 20 jaar op citaten.net.

Over Augustinus

Augustinus kwam ter wereld en stierf in de toenmalige gekerstende West-Romeinse provincie Africa, tegenwoordig noordoost Algerije en noord-Tunesië in de Aures-gebergten genoemd. Hij werd geboren in het provinciestadje Thagaste (het tegenwoordige Souk-Ahras) als zoon van Berberse ouders, de raadsheer Patricius en Monica, een vrome christelijke vrouw. Hij overleed in Hippo Regius (het tegenwoordige Annaba), waar hij van 396 tot zijn dood bisschop was. Zijn ouders hadden het financieel niet breed, maar trachtten desondanks hem de beste opvoeding van die tijd te geven. Augustinus genoot lager en voorbereidend hoger onderwijs in Thagaste en Madaura. Na de vroege dood van zijn vader liet moeder Monica (financieel gesteund door anderen) hem studeren. In 375, op 21-jarige leeftijd, werd hij leraar in zijn geboorteplaats, en het jaar daarop vestigde hij zich in Carthago als leraar in de retorica. Vermoedelijk in 383 verhuisde hij naar Rome, waarna hij in 384 tot retor aan het hof in Milaan werd benoemd. In 386 bekeerde hij zich tot het christendom. Hij werd met Pasen in 387 door Ambrosius, de bisschop van Milaan, gedoopt. Hierna keerde hij terug naar zijn geboorteplaats in Africa, tijdens welke reis zijn moeder Monica in Ostia overleed. Na zich in Thagaste een paar jaar in stilte met bijbelstudie te hebben beziggehouden, werd Augustinus in 391 half tegen zijn wil tot priester gewijd en in 395 tot medebisschop (met het recht van opvolging van de bisschop van Hippo Regius). Van 396 tot zijn dood in 430 was hij bisschop van de Kerk van Hippo Regius. Ook in die functie bleef hij een sober kloosterleven leiden in zijn bisschoppelijke woning. Augustinus stierf in 430 tijdens het beleg van en vlak voor de inname van Hippo door de Vandalen.

Uit Wikipedia

Bekijk alle citaten van Augustinus

Trefwoorden in deze citaten:

Vergelijkbare auteurs