Kleine stofjes zijn als mensen, hulpeloos heen en weer geblazen door de wind. Enkelen raken zo nu en dan een zonnestraal aan, die ze een ogenblik laten schijnen alsof ze in blinkend goud worden omgezet. Deze worden dan benijd door de anderen, die in de schaduw wervelen - en toch zijn ze allemaal hetzelfde.
Origineel: Winzigen Stäubchen gleichen die Menschen, willenlos vom Winde hin und her geweht. Einige aber streift bisweilen ein Sonnenstrahl in all, daß sie einen Augenblick erglänzen, als seien sie zu lautrem Gold verwandelt. Diese werden dann von den Anderen beneidet, so im Schatten wirbeln – und sind doch alle gleich.
Bron: Jugend. Münchner illustrierte Wochenschrift für Kunst und Leben (1905) 52, bd.2, 1024
U kunt niet reageren, alleen ingelogde leden met een abonnement kunnen comments bij een citaat plaatsen.
Meld u aan of log in.