Citaten 51 t/m 75 van 81.
-
Wie niet dartelt, heeft een korte jeugd.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Zomin een paard beklagenswaardig is omdat hij het ABC niet heeft geleerd, is de mens
beklagenswaardig wanneer hij zot doet, omdat dit nu eenmaal in zijn aard ligt.Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
De natuur haat al het gekunstelde en wat door geen kunst geleden heeft, tiert verreweg het weligst.
Lof der Zotheid (1511) Hoofdstuk XXXIII― Erasmus -
Er zijn theologen wier verstand te middelmatig en wier oordeel te bekrompen is, dan dat zij in staat zouden zijn iets van betekenis op te merken over de letterkunde.
Lof der Zotheid 53― Erasmus -
Ik weet dat moeder Natuur niet alleen aan ieder mens afzonderlijk een flinke dosis eigendunk heeft meegegeven, maar dat ze ook iedere natie en stad een collectief chauvinisme heeft ingeplant.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Staat bij de machtigste vorsten iemand wel zo in aanzien als de hofnar?
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Vleierij bewerkt dat ieder behagen schept in zichzelf, wat toch zeker zeer veel bijdraagt tot het levensgeluk.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Wanneer eens geen vreemde woorden tot hun beschikking staan, dan weten zij uit stoffige folianten altijd nog wel een paar verouderde termen op te diepen, waarmee zij hun hoorders kunnen imponeren.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Wat ik u thans ga zeggen is ongeprepareerd en voor de vuist gesproken, maar daarom des te spontaner.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Wat zal ik zeggen over zondaars die zich vleien door middel van zogenaamde aflaten vergeving van hun zonden te verkrijgen die nauwkeurig berekenen hoeveel maanden, dagen en uren zij in het vagevuur moeten verblijven?
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Wilt goed naar mij luisteren, niet met dat halve oor, dat gij aan boetepredikers pleegt te schenken, maar met de aandacht, waarmee gij marktschreeuwers. piassen en hansworsten aanhoort.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Er zijn van die mannen die meer van Wijntje dan van Trijntje houden en dan hun grootste geluk aan de stamtafel vinden.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Ge weet nu dat ik Moria heet. Maar, gij, mijne toehoorders, hoe noem ik u? Welke ander eretitel dan opperzotten zal ik u geven.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Had ik mij zelf niet geprezen, ik ware ongeprezen uit het land gerezen.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Het paard deelt het onheil der mensen. Want niet zelden put het zich uit bij wedstrijden, omdat het zich schaamt voor de nederlaag. En op het slagveld wanneer het streeft naar de overwinning, wordt het doorstoken en bijt het mét de ruiter in het zand.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Hoewel er geen kruiperiger, laffer en verachtelijker wezens zijn dan hovelingen, geven zij zich toch voor de bloem der natie uit.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Ik denk er zo over; zoveel mensen als er op aarde zijn, zoveel beelden bestaan er van mij want iedereen is, of hij wil of niet, een toonbeeld van zotheid.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Troon een filosoof mee naar het theater; hij zal door zijn verveelde gezicht het genoegen van de andere toeschouwers volkomen bederven.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Voor de kritiek van betweters, die beweren dat zelfverheerlijking het toppunt van dwaasheid is en bovendien zeer ongebruikelijk, ben ik ongevoelig.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Wie kan mij beter typeren dan ik mijzelf?
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Als iemand een bij uitstek lelijke vrouw heeft, die echter, volgens het oordeel van haar man, wel met Venus kan wedijveren, zou dat niet even goed zijn, alsof zij inderdaad schoon was?
Lof der Zotheid XLV― Erasmus -
Ge moet niet denken dat ik u dit zeg om met mijn bijzondere begaafdheid te pronken, zoals de doorsnee redenaars dat doen.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Gij zult van mij een lofrede horen, maar niet op helden of op wijzen, doch op mij zelf; de dwaasheid.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Het merkwaardige is dat vorsten van hun narren niet slechts met het grootste genoegen de waarheid, maar zelfs de meest openhartige aantijgingen aanhoren.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus -
Het zijn niet alleen die dwazen die vreugde scheppen in het leven, zodat zij dansen en zingen, maar dat zij aan iedereen vrolijkheid brengen.
Lof der Zotheid (1511)― Erasmus
De beste Lof der Zotheid van Erasmus citaten, wijsheden, quotes en uitspraken vindt u nu al ruim 25 jaar op citaten.net. (pagina 3)