Citaten uit Apollyon van Ferdinand Bordewijk

Apollyon (1941) - Ferdinand Bordewijk

Apollyon beschrijft de psychologische machtsstrijd tussen de decadente graaf Van Ewijk en zijn sinistere rentmeester Apollyon tegen een decor van naderend maatschappelijk verval. Het boek wordt geroemd om de beklemmende, visionaire sfeer en Bordewijks unieke, hoekige stijl waarmee hij de destructieve krachten in de menselijke natuur meesterlijk blootlegt. Het geldt als een van zijn belangrijkste naoorlogse werken waarin de angst voor de ondergang van de beschaving tastbaar wordt gemaakt.


Bestel dit boek bij bol.com
alle citaten van Ferdinand Bordewijk

  • De mensheid maakt haar tijden, het individu doet wat zijn tijd van hem eist.
  • Het individu had slechts één belang voor de Staat, zijn staatsgevaarlijkheid. Dan zag de Staat in hem een mens. Mens was voor de Staat gelijk aan vijand.
  • Ik ben hoogst modern. De tijd is voorbij van gemoedelijkheid, van verbroedering. Dit geslacht is té bandeloos.
  • Rotterdam vind ik ónze stad. Juist omdat ze niet speciaal Nederlands is. Amsterdam is onze nationale stad, Rotterdam onze internationale. Ik voel voor het internationale, daarom voel ik voor deze stad.
  • In de fabrieken kon men nog lang oud blijven, zeker, maar men bleef er niet lang jong.
  • Jullie wilt oorlog. Het zal oorlog tussen ons zijn, zonder ophouden, het hele schooljaar door.
  • Wij misbruiken onze taal steeds roekelozer. Wij prostitueren haar. Prostitutie is zedenbederf. Aan zedenbederf gaat een volk onder. Wij zijn op de helling. Als wij ons niet weten af te werken van de helling gaan wij onder aan onze taal, met onze taal.
  • Ik eis van de leraar dat hij zich niet inleeft in het kind, dat hij niet daalt. Ik eis van het kind dat het zich inleeft in de leraar, dat het klimt. Ik eis dat het zich inleeft in tien leraren. Ik eis dat het tienmaal gehoorzaamheid zal kennen, tienmaal tucht, dat het door tien volwassenen zal word
  • De mens is een onoverzichtelijk geheel, daarom stellen we ons tevreden met enkele facetten. Hadden we maar de ogen van een vlieg, die alle kanten tegelijk uitkijken.
  • Wie de stem van meneer de Gijs even hoorde kon zich niet voorstellen dat hij ooit honger zou kunnen lijden, want hij had een aardappel in zijn keel
  • Jullie bent te groot voor iets kinderachtigs. Daarom, ik beschouw dit als vijandschap, twee stellige blijken van vijandschap. Jullie wilt oorlog. Het zal oorlog tussen ons zijn, zonder ophouden, het hele schooljaar door...
+8

Citaten 1 t/m 2 van 2.

  • Het klonk ietwat prozaïsch na zijn diepzinnige beschouwingen, doch vrouwen bezitten niet die fijnheid van woordhantering.
    Apollyon (1941)
    Ferdinand Bordewijk
    - +
    -4
  • De geestelijke ontwikkeling komt bij de vrouw later dan bij den man, niet de kamergeleerdheid, maar het wezenlijk karakter.
    Apollyon (1941)
    Ferdinand Bordewijk
    - +
    -32
De beste Apollyon van Ferdinand Bordewijk citaten, wijsheden, quotes en uitspraken vindt u nu al ruim 25 jaar op citaten.net.

Bekijk alle citaten van Ferdinand Bordewijk

Boeken van Ferdinand Bordewijk: