Een beer in bontjas (2001) - Hafid Bouazza
Een beer in bontjas is een autobiografisch Boekenweekessay waarin Hafid Bouazza zijn hartstochtelijke verhouding met de Nederlandse taal en de kracht van verbeelding beschrijft tegen de achtergrond van zijn migratie. Het werk wordt geprezen om de barokke, virtuoze stijl en het archaïsche woordgebruik die Bouazza’s unieke meesterschap over zijn adoptietaal etaleren. Het boek geniet grote bekendheid omdat het als officieel Boekenweekgeschenk een breed publiek bereikte en Bouazza definitief vestigde als een van de belangrijkste stilisten van zijn generatie.
Citaten 1 t/m 4 van 4.
-
Als ik de meeste critici mag geloven, dan ben ik een Marokkaanse schrijver. Maar ik geloof de meeste critici niet. Volgens andere, welwillende mensen ben ik een Marokkaans-Nederlandse schrijver. Deze aanduiding klinkt echter ongemakkelijk.
Zij loopt tegelijkertijd op muil en klomp - en dat loopt verdomd moeilijk.Een beer in bontjas (2001) p.9― Hafid Bouazza -
Hij kwam binnen in de lappenjas van een afkorting N.S.M.A.N.N. (Nederlandse Schrijver van Marokkaanse Afkomst met Nederlandse Nationaliteit), maar ging weer weg, na een goede rui, een verlies van overbodige veren, als auteur. Hij is stukken magerder geworden, maar gelukkiger. Noem hem voortaan simpelweg auteur.
Een beer in bontjas (2001)― Hafid Bouazza -
Ik zal spitten in de aarde waarop ik gedij.
Een beer in bontjas (2001)― Hafid Bouazza -
We kunnen het niet horen
Maar wie weet welke kreet
Een blad onwillig loslaat
En neerdwarrelt
Ik huiver bij de gedachte
En dank mijn doofheidEen beer in bontjas (2001) p.5― Hafid Bouazza


