Joseph Andrews - Henry Fielding
Joseph Andrews is een komische schelmenroman over de deugdzame Joseph die de amoureuze avances van zijn bazin afslaat en samen met de wereldvreemde dominee Adams een reis vol hindernissen onderneemt om zijn geliefde Fanny te vinden. Het boek is beroemd omdat het begon als een scherpe parodie op Samuel Richardsons Pamela, maar uitgroeide tot een van de eerste echte moderne Engelse romans door de realistische sociale satire. Fielding vestigde hiermee zijn naam als grondlegger van het 'komische epos in proza', een vernieuwende stijl die de literatuurgeschiedenis blijvend beïnvloedde.
Citaten 1 t/m 4 van 4.
-
Wij trachten onze ondeugden te verbergen onder het masker van de tegenovergestelde deugden.
Origineel:We endeavor to avoid censure by concealing our Vices under an Appearance of their opposite Virtues
Joseph Andrews (1742) preface― Henry Fielding -
Aan wie niets wordt gegeven, kan niets van worden verlangd.
Origineel:To whom nothing is given, of him can nothing be required.
Joseph Andrews (1742) Bk II, Ch. 8― Henry Fielding -
Ik ben tevreden; dat is een zegen groter dan rijkdom; en hij aan wie dat wordt gegeven, heeft verder geen wensen meer.
Origineel:I am content; that is a blessing greater than riches; and he to whom that is given need ask no more.
Joseph Andrews (2012) 112― Henry Fielding -
Sommige mensen schimpen op andere mensen omdat andere mensen hebben wat sommige mensen graag zouden bezitten.
Origineel:Some folks rail against other folks, because other folks have what some folks would be glad of.
Joseph Andrews (1742) Bk IV, Ch. 6― Henry Fielding
Bekijk alle citaten van Henry Fielding
Boeken van Henry Fielding:
Trefwoorden in deze citaten:
Vergelijkbare auteurs
-
Aldous Huxley
Engels schrijver 165 -
George Orwell
Engels schrijver (ps. van Eric Blair) 134 -
Samuel Johnson
Engels schrijver 99 -
Gilbert Keith Chesterton
Engels schrijver 79 -
William Hazlitt
Engels schrijver 79 -
Charles Dickens
Engels schrijver 72 -
Jonathan Swift
Engels schrijver 69 -
Graham Greene
Engels schrijver 66




Aldous Huxley
George Orwell
Samuel Johnson
Gilbert Keith Chesterton
William Hazlitt
Charles Dickens
Jonathan Swift
Graham Greene