Citaten uit Faust II van Johann Wolfgang von Goethe

Faust II (1832) - Johann Wolfgang von Goethe

Faust II is het monumentale sluitstuk van Goethe’s levenswerk, waarin de hoofdpersoon de persoonlijke tragedie verlaat om de wijde wereld van politiek, mythologie en de zoektocht naar verlossing te verkennen. Het boek wordt geroemd om zijn encyclopedische diepgang en visionaire verweving van filosofie, wetenschap en poëzie. Als een van de meest invloedrijke werken uit de wereldliteratuur blijft het beroemd vanwege de ongeëvenaarde manier waarop het de complexe menselijke drang naar ontwikkeling en transcendentie verbeeldt.


Bestel dit boek bij bol.com
alle citaten van Johann Wolfgang von Goethe

  • Waar de belangstelling verdwijnt, verdwijnt ook de herinnering.
  • Er zijn niet overal kikkers, waar water is, doch waar men kikkers hoort, zal ook water zijn.
  • Ik ben te oud om alleen maar te spelen, 
Te jong om zonder wensen te zijn.
  • De mens moet wel blijven geloven, dat het onbegrijpelijke onbegrijpelijk is, anders ging hij niet verder met onderzoeken.
  • De jeugd is vergeten door gedeelde interesses; de ouderdom is vergeten door gebrek aan interesses.
  • De sterren begeert men niet, men verheugt zich in hun pracht.
  • Alles in 't leven laat zich verdragen,
Maar niet een reeks van mooie dagen.
  • Ongerichte activiteit van welke aard ook leidt onherroepelijk tot faillissement.
  • De gelukkigste persoon is diegene die het einde van zijn leven in verbinding kan brengen met het begin.
  • De kerk heeft een goede maag, zij heeft hele landen opgegeten en toch nooit haar maag bedorven.
  • De natuur, die bij daglicht mysterieus is, kan zichzelf niet van haar sluier beroven, en wat ze niet aan je geest wil onthullen, kun je er niet met hefbomen en schroeven uit forceren.
  • Vraag aan elke dag wat hij wil, en hij zal het u zeggen.
  • De lafaard dreigt alleen daar waar hij veilig is.
  • Want met de goden moet geen sterfelijk mens zich willen meten.
  • Alleen het ogenblik beslist over het leven des mensen en over zijn ganse lot.
  • De theoloog bevrijdt je van de zonde die hij zelf uitgevonden heeft.
  • De kunstenaar kan alleen zijn best doen; bijval kan hij zomin als respons in de liefde, niet afdwingen.
  • Een land dat vreemdelingen niet beschermt, gaat snel ten onder.
  • De mens kan gelukkig slechts een bepaalde mate van ongeluk beseffen. Wat die maat te boven gaat, laat hem koud of verpletterd hem.
  • Hij is niet vreemd, die weet deel te nemen.
+17

Citaten 1 t/m 19 van 19.

  • De daad is alles, de roem niets.
    Origineel: Die Tat is alles, nichts der Ruhm.
    Faust II (1832)
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
    +31
  • Alleen hij verdient vrijheid en leven, die ze elke dag moet heroveren.
    Origineel: Nur der verdient sich Freiheit wie das Leben, der täglich sie erobern muß.
    Faust II (1832) V
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
    +27
  • Wanneer je niet dwaalt, kom je niet tot verstand.
    Origineel: Wenn du nicht irrst, kommst du nicht zu Verstand.
    Faust II (1832) 2, Am obern Peneios
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
    +18
  • Men moet van de grondstelling uitgaan, dat weten en geloven er niet zijn om elkaar uit te sluiten, doch om elkaar aan te vullen.
    Origineel: Sobald man nur von dem Grundsatz ausgeht, daß Wissen und Glauben nicht dazu da sind, um einander aufzuheben, sondern um einander zu ergänzen.
    Faust II
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
    +17
  • Wie het recht en het geduld heeft, voor hem komt ook de tijd.
    Origineel: Wer's Recht hat und Geduld, für den kommt auch die Zeit.
    Faust II 4, Des Gegenkaisers Zelt
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
    +5
  • Slechts hij verdient de vrijheid en het leven, die dagelijks ze veroveren moet.
    Origineel: Nur der verdient sich Freiheit wie das Leben, der täglich sie erobern muß.
    Faust II V, Großer Vorhof des Palastes
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
    +3
  • Hem heb ik lief, die het onmogelijke begeert.
    Origineel: Den lieb' ich, der Unmögliches begehrt.
    Faust II 2 akte
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
    +2
  • Wie kan iets doms of verstandigs denken,
    Dat het voorgeslacht niet reeds heeft gedacht?
    Origineel: Wer kann was Dummes, wer was Kluges denken, Das nicht die Vorwelt schon gedacht?
    Faust II (1832)
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
    +2
  • Met kleine doet men kleine daden, met grote wordt het kleine groot.
    Origineel: Mit Kleinen tut man kleine Taten, mit Großen wird der Kleine groß.
    Faust II (1832) K. 30
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
    +1
  • Oorlog, handel en zeeroverij, een niet te scheiden drieëenheid.
    Origineel: Handel und Piraterie, Dreieinig sind sie, nicht zu trennen.
    Faust II 5e akte Palast
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
    +1
  • Wie weet hoe de dobbelstenen zullen vallen?
    En als hij geluk heeft, heeft hij ook vazallen.
    Origineel: Wer weiß, wie noch die Würfel fallen? Und hat er Glück, so hat er auch Vasallen.
    Faust II (1832) 4. Akt, Hochgebirg, Mephistopheles zu Faust
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
    +1
  • Zorgen sluipen door het sleutelgat naar binnen.
    Origineel: Die Sorge, sie schleicht sich durchs Schlüsselloch ein.
    Faust II Mitternacht
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
    +1
  • Het bestaan is een plicht, al was het maar voor een ogenblik!
    Origineel: Dasein ist Pflicht, und wär’s ein Augenblick!
    Faust II 3. Akt, Innerer Burghof
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
     0
  • Het is de roest die de munt de moeite waard maakt.
    Origineel: Der Rost macht erst die Münze wert.
    Faust II (1832) 2. Akt, Felsbuchten des ägäischen Meers, Thales zu Proteus
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
     0
  • Hoe verdienste en geluk samen hangen, dat komt nooit bij de dommen op. Als ze de steen der wijzen hadden, dan zou de wijze aan de steen ontbreken.
    Origineel: Wie sich Verdienst und Glück verketten, Das fällt den Toren niemals ein; Wenn sie den Stein der Weisen hätten, Der Weise mangelte dem Stein.
    Faust II Kaiserliche Pfalz
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
     0
  • Je denkt na over wat je bent kwijtgeraakt; Waar je aan gewend was blijft een paradijs.
    Origineel: Man denkt an das, was man verließ; Was man gewohnt war, bleibt ein Paradies.
    Faust II 2e acte
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
     0
  • Jullie blije ogen, wat je ook zag, wat het ook was, het was zo mooi!
    Origineel: Ihr glücklichen Augen, Was je ihr gesehn, Es sei wie es wolle, Es war doch so schön!
    Faust II (1832) 5, Tiefe Nacht
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
     0
  • Schoonheid onderdrukt alle woede.
    Origineel: Schönheit bändigt allen Zorn.
    Faust II (1832) 3. Akt, Szene: Innerer Burghof, Turmwächter Lynkeus zu Helena
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
     0
  • Zie je, je plukt er na verloop van tijd de vruchten van.
    Origineel: Man säe nur, man erntet mit der Zeit.
    Faust II (1832) 2. Akt, Szene: Hochgewölbtes enges gotisches Zimmer, Mephistopheles zu sich
    Johann Wolfgang von Goethe
    - +
     0
De beste Faust II van Johann Wolfgang von Goethe citaten, wijsheden, quotes en uitspraken vindt u nu al ruim 25 jaar op citaten.net.

Bekijk alle citaten van Johann Wolfgang von Goethe

Boeken van Johann Wolfgang von Goethe: