Citaten 291 t/m 300 van 1642.
-
De goede wil is in de moraal alles, maar in de kunst niets. Daar geldt, zoals het woord reeds aanduidt, alleen het kunnen.
-
De taal is ons vaderland, waaruit we nooit kunnen emigreren.
-
De waan heeft evenveel, neen, meer recht van bestaan dan de waarheid. Want miljoenen bestaan door de waan en enkelen slechts kunnen met de waarheid leven.
-
Een staat moet dunbevolkt zijn. Dan heeft een leger geen zin. De bewoners moeten ernstig met de dood omgaan en niet op het idee komen te verhuizen. Hoewel ze de kippen en honden ginds kunnen horen, wijken ze niet van hun plaats totdat ze sterven.
-
Er zijn mensen die zo weinig durf hebben om iets te beweren, dat ze zich er nog niet toe kunnen brengen te zeggen, dat er een koude wind staat, hoe zeer ze hem ook mogen voelen, alvorens ze het anderen ook hebben horen zeggen.
-
Geluk: dat wat voortdurend over boord gegooid wordt om er aldoor naar te kunnen vissen.
-
Hulptroepen kunnen op zichzelf nuttig en goed zijn, maar voor hem die ze te hulp roept zijn ze bijna altijd schadelijk. Want als ze verliezen is het met je gedaan. En als ze overwinnen, ben je aan hen overgeleverd.
-
Ik kijk om mij heen: er is geen woord meer over van wat vroeger 'waarheid' heette, wij kunnen er niet meer tegen als een priester het woord 'waarheid' ook maar in de mond neemt.
-
Ik zou het heerlijk vinden als ik in rust en vrede zou kunnen genieten van mijn oude dag, maar ik weet dat ik, zoals zovelen van u, niet zal kunnen rusten zolang ons geliefde continent verwoest wordt door een dodelijke epidemie.
-
Men moet over een grote woordenschat beschikken om zich kort te kunnen uitdrukken.