Citaten 411 t/m 420 van 1642.
-
Je zou net zo snel moeten kunnen schrijven als een ander het lezen kan.
-
Kunnen we niet vrijstaan van die verdeeldheid in ons denken en in onze samenleving, die door onze ijdelheid is aangekweekt?
-
Laten we zeggen dat een mensenleven ongeveer tachtig jaar duurt. [...] Wie met behoud van al zijn kracht twee keer zo lang zou kunnen leven, dus laten we zeggen honderdzestig jaar, zou niet tot dezelfde soort behoren als wij. Niets zou in zijn leven meer hetzelfde zijn: liefde niet, ambities niet, gevoelens niet, heimwee niet, helemaal niets.
-
Mensen kunnen met computers omgaan, maar wijs zijn ze nog steeds niet.
-
Mensen moeten leren te haten en als ze kunnen leren te haten, kunnen ze ook leren lief te hebben.
-
Net zoals zij die niet meer van Plato houden dan van de Waarheid, nooit over de drempel van de academie kunnen komen, zo kunnen zij die niet méér van Schoonheid houden dan van Waarheid, nooit het binnenste heiligdom van de kunst kennen.
-
Omdat we niet in de zon kunnen kijken, vinden we de maan mooier.
-
Problemen kunnen niet opgelost worden binnen het gesloten systeem dat het probleem zelf aanbiedt. Wie zich daarbinnen met het probleem gaat bezighouden, fokt het probleem.
-
Propaganda is verbazingwekkend. Mensen kunnen worden verleid om alles te geloven.