Citaten 451 t/m 460 van 1642.
-
De gekken kun je verdelen in twee soorten: degenen die geloven dat ze Napoleon zijn en degenen die geloven dat ze de Staatsspoorwegen kunnen herstellen.
-
De hel is het lijden van het niet kunnen liefhebben.
-
De kenner en de gekende zijn één. Eenvoudige mensen menen, dat zij God zouden kunnen zien, alsof Hij daar stond en zij hier. Dit is niet zo. God en Ik, wij zijn één in kennis.
-
De Ruimte is helemaal niet ver weg: een uurtje rijden als je met je auto recht omhoog zou kunnen.
-
De taak is om de maatschappij te veranderen; alleen de mensen zelf kunnen dat doen - niet de helden, niet de beroemdheden, niet de sterren.
-
Dus Einstein had het fout toen hij zei: "God dobbelt niet." De bestudering van zwarte gaten doet vermoeden dat niet alleen God met dobbelstenen speelt, maar dat hij ons soms verwart door ze te gooien waar wij ze niet kunnen zien.
-
Eén ding zal de computer nooit kunnen: van de apen afstammen.
-
Een pionier moet verbeeldingskracht hebben, moet meer van het idee van dingen kunnen genieten dan van de dingen zelf.
-
Elke dag is een uitnodiging om goed te zijn voor jezelf,
om jezelf op te bouwen.
Elke dag is een uitnodiging
om jezelf te oefenen
in waardering voor dit leven,
in waardering voor je kunnen. -
Elke idioot die vandaag de dag nog romans schrijft, moet ze zo schrijven dat ze nooit kunnen worden bewerkt, met andere woorden: dat ze niet kunnen worden naverteld.