Citaten 461 t/m 470 van 1642.
-
Er bevindt zich niets menselijks in de hele natuur. De hele natuur, het hele universum dat we kunnen zien, is voor ons compleet onverschillig, en, behalve voor ons, is het menselijk leven niet meer waard dan dat van gras. Als de gehele mensheid nu zou uitsterven, wat zou dat dan voor de aarde uitmaken? Wat zou het de aarde kunnen schelen?
-
Er is morele moed voor nodig om iets te betreuren; het eist religieuze moed om blij te kunnen zijn.
-
Er zijn geen regels voor vriendschap. Het moet aan zichzelf worden overgelaten. We kunnen het net zo min afdwingen als liefde.
-
Er zijn mensen, die zo roerend kunnen liegen, dat zij er zelf tranen bij vergieten.
-
Fouten maken is menselijk; struikelen is veelvoorkomend; te kunnen lachen om jezelf is volwassenheid.
-
Geleidelijk aan hield ik op het café te bezoeken; oefende me erin eenzaam te zijn; bezweek zo nu en dan voor de verleiding, maar trad iedere keer versterkt te voorschijn, tot ik tenslotte het grote genoegen smaakte naar de stilte te kunnen luisteren en naar de nieuwe stemmen die men daarin kan vernemen.
-
Het enige middel waardoor de meesten onder ons in een gezelschap kunnen schitteren, is door hun afwezigheid.
-
Het gaat er niet om of wij een bevriend staatshoofd een moordenaar noemen. Het gaat erom of wij een moordenaar een bevriend staatshoofd kunnen noemen.
-
Het is door kunst, en alleen door kunst, dat we onze perfectie kunnen bereiken.