Citaten 651 t/m 660 van 1642.
-
De Geduldige is ons aller moeder. Zij behoedt ons, voedt ons, tenzij we ons tegen haar keren. Zolang wij nederig genoeg zijn om dat te beseffen en Moeder Aarde dankbaar zijn voor wat zij ons geeft, kunnen wij in harmonie en ongestoord op haar huid leven.
-
De grootste dienst, die we iemand kunnen bewijzen, is hem te helpen, zich zelf te helpen.
-
De grootste dwaasheid is het, gebogen door het leven te gaan. Het leven is gewijd aan het weerstreven; wij moeten ons opgericht houden zo hoog en zo lang wij dat kunnen.
-
De idee van Freud: in de waanzin is het slot niet verwoest, alleen veranderd; de oude sleutel kan het niet openmaken, maar een sleutel van een andere vorm zou het wel kunnen.
-
De jongeren kunnen het, maar missen de wijsheid, de ouderen hebben de wijsheid, maar kunnen het niet meer.
-
De katholieke kerk is een instelling die ik voor goddelijk moet houden - maar voor ongelovigen zou een bewijs van haar goddelijkheid kunnen worden gevonden in het feit dat geen enkele menselijke instelling die met zo'n schurkachtige onnozelheid werd geleid, het langer dan veertien dagen zou hebben volgehouden.
-
De mannen dromen wanneer ze slapen. De vrouwen dromen wanneer ze niet kunnen slapen.
-
De meeste automobilisten zijn bereid hun eigen en, vooral, andermans nek te riskeren om zich des te eerder thuis aan de verveling te kunnen overgeven.
-
De meeste mensen kunnen zich alleen in het buitenland op hun gemak voelen wanneer ze de inwoners minachten.
-
De meeste stervelingen komen nooit hun werkelijk lot te weten; we worden er simpelweg door overrompeld. Tegen de tijd dat we ons hoofd optillen en toekijken hoe het zich verwijdert, is het al te laat en moeten we de rest van de weg door de greppel afleggen die dromers de volwassenheid noemen. De hoop is niet meer dan het geloof dat het moment nog niet gekomen is, dat het ons nog lukt ons werkelijke lot te zien wanneer het dichterbij komt, en dat we aan boord kunnen springen voor de kans onszelf te worden voor eeuwig vervluchtigt en het lot ons ertoe veroordeelt leeg te leven, verlangend naar wat moest zijn en nooit was.