Citaten 1 t/m 10 van 23.
-
Macht zonder grootmoedigheid, en uiterlijke droefheid zonder diepgevoelde smart, dat zijn dingen die ik niet kan aanzien.
-
Een vrede die alle aardse aanzien te boven gaat: een kalm en gerust geweten.
-
Het weggeven van andermans geld en goed schaadt je aanzien niet, maar versterkt het. Alleen het weggeven van je eigen bezit berokkent je schade.
-
De aanwezigheid van rijkdom neemt geestelijke onrust niet weg en verschaft ook geen noemenswaardige vreugde. Hetzelfde geldt voor eer of aanzien bij mensen, of voor iets anders dat het gevolg is van onduidelijke oorzaken.
-
Achting is meer waard dan beroemdheid; aanzien meer dan een grote naam; en eer meer dan roem.
-
De diepste verwijten zijn die, welke ons aanzien uit gebroken ogen, die tot ons spreken van zwijgende lippen.
-
Het 'geloof' is altijd, bijvoorbeeld bij Luther, niet meer dan een dekmantel geweest, een voorwendsel, een gordijn waarachter de instincten hun spel speelden - een slimme vorm van blindheid ten aanzien van de heerschappij van bepaalde instincten.
-
De Fransen zijn conservatief. De goede kant daarvan is dat ze het ook zijn ten aanzien van hun keuken.
-
In ons verdriet zoeken we troost bij de borstbeelden van onze doden die we in onze huizen opstellen. De standbeelden die op openbare plaatsen staan zouden ons nog veel meer troost moeten geven omdat deze behalve de vouw en het gelaat van de mensen ook hun roem en aanzien kunnen oproepen.
-
Staat bij de machtigste vorsten iemand wel zo in aanzien als de hofnar?









