Citaten 1 t/m 4 van 4.
-
Goed georganiseerde machtsposities en wijze heersers hebben er daarom steeds op alle mogelijke manieren voor gezorgd dat ze de aanzienlijken niet tot wanhoop brachten en de grote massa behaagden en tevreden stelden.
-
Volgens een voor allen gelijke wet treft het noodlot aanzienlijken, zowel als geringen.
-
Wij koesteren jegens de aanzienlijken en jegens de hooggestelden een onvruchtbare naijver en een onmachtige haat, die ons geenszins schadeloos stelt voor hun voornaamheid en verhevenheid, en die alleen dan aan onze eigen ellende het ondraaglijk gewicht toevoegt van het geluk van anderen.
-
De aanzienlijken verachten de mensen van geest, die niets hebben dan hun geest; de mensen van geest minachten de aanzienlijken, die niets hebben dan hun voornaamheid.
