Citaten 1 t/m 5 van 5.
-
Ook domheid heeft haar eergevoel: Ze verzet zich zelfs veel heftiger tegen spot dan ondeugd tegen berisping. Want de ondeugd weet dat de kritiek gelijk heeft, maar domheid gelooft daar niet aan.
-
De waarheid gaat nooit de leugen berispen; haar oprechtheid is alleen reeds de strengste berisping.
-
Bitter is de berisping, waaruit wij met de beste wil geen nut kunnen trekken.
-
Aanmoediging na berisping is als zonneschijn na regen: vruchtbare voorspoed.
-
Het leven van een goed mens is op zichzelf de welsprekendste vermaning tot deugd en de strengste berisping van ondeugd.