Citaten 1 t/m 9 van 9.
-
Niet alleen de angst is besmettelijk, maar ook de rust en de vreugde.
-
Domheid is besmettelijk, vooral onder dwazen.
-
Vrijheid is het meest besmettelijk virus wat de mens kent.
-
Er is niets ter wereld dat zo onweerstaanbaar besmettelijk is als lachen en een goed humeur.
-
Iemand moet zelf overtuigd zijn als hij anderen wil overtuigen. De profeet moet zijn eigen discipel zijn, anders zal hij er geen maken. Enthousiasme is besmettelijk: geloof creëert geloof.
-
Medelijden is besmettelijk, net als angst.
-
Moed is, evenals lafheid, ongetwijfeld besmettelijk, maar sommige mensen zijn er immuun voor.
-
Lachen: Een inwendige stuiptrekking, die een vervorming van het gezicht veroorzaakt en gepaard gaat met onduidelijke geluiden. Het is besmettelijk en, hoewel met tussenpozen, ongeneeslijk.


