Citaten 91 t/m 100 van 196.
-
Het schaakspel bezit de wonderbaarlijke eigenschap, dat de concentratie van geestelijke energie op een nauw begrensd veld, zelfs bij de meest inspannende denkprestatie, de hersens niet doet verslappen, maar eerder hun soepelheid en hun spankracht versterkt.
-
Ik ben niet gekomen om te leren wat gij niet weet. Ik ben gekomen om u in die wijsheid te verdiepen die gij reeds bezit.
-
Ik weiger al zo lang ik leef boeken te lezen die ik niet bezit.
-
Men is nooit zo belachelijk door de eigenschappen, die men bezit, als door die welke men voorgeeft te bezitten.
-
Men minacht niet iedereen, die ondeugden bezit, maar men minacht wel iedereen, die geen enkele deugd bezit.
-
Moge de mens werkzaam zijn, strijden en zich uit volle kracht verdedigen. Pas dan, wanneer hij in zich de kracht om weerstand te bieden bezit, wordt geweldloosheid een deugd.
-
Rijk is hij, die zoveel bezit, dat hij niets meer wenst.
-
Verlangen laat alles bloeien; bezit laat alles verwelken.
-
Wie de goddelijke gave van de geestdrift bezit, die wordt wel ouder maar nooit oud.
-
Wie zijn begeerten wil bevredigen met het bezit van het begeerde, gelijkt op iemand, die vuur met stro wil blussen.