Citaten 181 t/m 190 van 196.
-
Men verwerft in verhouding tot wat men bezit.
-
Niemand verdient geld aan de roulettetafel behalve hij die de tafel bezit. Desalniettemin is een passie voor gokken veelvoorkomend, terwijl een passie voor het bezitten van roulettetafels niet voorkomt.
George Bernard Shaw
Iers-Engels schrijver, criticus en Nobelprijswinnaar literatuur (1925) (1856 - 1950) -
O armzalig Ik, dat niets bezit, dan een teugeloos, mateloos eigen zelf.
-
Rijkdom maakt gelukkig, wanneer wij het bezitten, en maakt ongelukkig wanneer het ons bezit.
-
Slechts half is het verlies van het schoonste geluk, als wij op het bezit niet vast rekenden.
-
Vergiffenis is de zwaarste straf. Ik bezit een verzameling bewijsstukken, bestaande uit krantenknipsels!
-
Wat gij aan uw vrienden geeft is niet langer aan het lot onderhevig en blijft uw onvervreemdbaar bezit.
-
Wat het aardse bezit betreft, gebruik ervan op een zo zuinige manier als of gij onsterfelijk waart; maar wat het eeuwige leven aangaat, spring om met uw bezit als of gij morgen reeds moest sterven.
-
Wie niet de kracht bezit waar te zijn, bezit ook niet de kracht aan de waarheid van anderen te geloven.