Citaten 11 t/m 17 van 17.
-
Het geslacht duurt eeuwig voort, en tot in late jaren, blijft bloeien het roemrijk huis, en het voorgeslacht geëerd.
-
Schrijvers kunnen dan wel berucht of onverbeterlijk zijn, vroeg in de goot raken of laat bloeien, ze durven het wel alleen te doen.
-
De rozen van het plezier blijven zelden lang genoeg bloeien om de slapen te versieren van hem die ze plukt, en het zijn de enige rozen die hun zoetheid niet behouden nadat ze hun schoonheid verloren hebben.
-
Het is de schrijver die tot de verbeelding van jonge mensen kan spreken en een zaadje plant dat zal bloeien en tot vrucht zal komen.
-
Liefde kwam tot mij zoo zacht
Als lentegeuren in lentenacht.
'k Voelde haar bloeien langs mij gaan
En alles in mij is bloeien gegaan.
Alles in mij werd morgenblank:
Vogeltjes floten hunnen dank;
Over de stille bosschen ging
Windevleugel-ritseling,
En mijn hart dien morgen kweelde
Als een leeuwrik zijn liedrenweelde. -
Liefde, dat is de grote stroom van gelukzaligheid, waarop de bloemen van ons leven bloeien.
-
Soms lijkt ons lot op een fruitboom in de winter. Wie zou, kijkend naar de trieste aanblik ervan, denken dat deze stijve takken, deze grillige takken volgend voorjaar weer groen kunnen worden, kunnen bloeien en dan vrucht kunnen dragen, maar we hopen het, we weten het.