Citaten 1 t/m 2 van 2.
-
Welke clown, welke marktschreeuwer slaat men met zoveel genoegen gade als boetepredikers, wanneer dezen op de kansel staan te oreren.
-
Wilt goed naar mij luisteren, niet met dat halve oor, dat gij aan boetepredikers pleegt te schenken, maar met de aandacht, waarmee gij marktschreeuwers. piassen en hansworsten aanhoort.

