Citaten 81 t/m 90 van 340.
-
Nooit heeft iemand macht, door misdrijf verworven, met deugd uitgeoefend.
-
Omhelzen wij de deugd te ruw en te heftig, dan gaat zij over in ondeugd.
-
Onschuld is meestal toeval en niet een deugd.
-
Stiptheid is een deugd, vooral als je een afspraak hebt met een parkeermeter.
-
Zelfdiscipline is dat wat, naast deugd, daadwerkelijk en hoofdzakelijk een mens boven een andere opheft.
-
Achterdocht is eerder een deugd dan een gebrek, zolang zij handelt als een hond die waakt, en niet bijt.
-
Achting voor de deugd is als een koesterende lucht voor planten en bloemen, die ze doet bloeien en gedijen.
-
Afkomst en deugd zonder bezit worden nog minder geacht dan zeewier.
-
Als ik ’t een of ander vertel aan Pa dan is het als een ijdele klank voor hem en voor Moe zeker niet minder en eveneens vind ik de preeken en begrippen van Pa en Moe omtrent God, menschen, zedelijkheid, deugd, zoo goed als al te maal laria. Ik lees ook wel eens in den Bijbel, net zoo goed als ik soms in Michelet of Balzac lees of Eliott, doch in den Bijbel zie ik weer heel andere dingen dan Pa en ’t geen Pa er uithaalt volgens een akademisch maniertje dat kan ik er volstrekt niet in vinden.
-
De deugd verkrijgt een des te duurzamer en standvastiger karakter, naarmate de zelfverloochening, die zij vereist, meer onbewust plaats heeft, minder moeite kost, met minder leedgevoel gepaard gaat.