Citaten 1 t/m 5 van 5.
-
Dichterlijke vrijheid is gewoonlijk dichterlijk onvermogen.
-
Geen dwaasheid, gezongen of geschreven, die niet toegeschreven wordt aan dichterlijke vrijheid.
-
De burger, die geboren is in huwelijks-, geloofs- en gemeenschapszekerheden, is zozeer doordrongen van de 'natuurlijkheid' zijner wereld, dat de schoonheid, de dichterlijke betekenis hem zelden raakt.
-
Een man, die het onderneemt van de gunst der Muzen, ik bedoel van zijn dichterlijke gaven te leven, heeft iets van een meisje, dat van haar bekoorlijkheid leeft.
-
Het hoogste gebod des dichters is dichterlijke waarheid.


