Citaten 11 t/m 20 van 80.
-
De taal is het huis van het zijn. In haar woning leeft de mens. De denkers en dichters zijn de bewakers van deze woning.
-
Dichters drinken van het leven zoals andere mensen wijn drinken.
-
Dichters hebben geen tijd voor grapjes, ze maken ernst met zelfs de meest frivole zaken.
-
De dichters behandelen hun belevenissen schaamteloos: zij buiten ze uit.
-
De maatschappij heeft dichters nodig, net zoals de nacht sterren nodig heeft.
-
Vroeger zweefden de dichters, nu zweten ze alleen maar.
-
Schilders en dichters hebben altijd de vrijheid gehad om te ondernemen wat zij wilden.
-
De rozen zijn dichters die rozen wilden zijn.
-
Dichters helpen ons lief te hebben.