Citaten 11 t/m 20 van 34.
-
De mensen die het meest aan eten denken, zijn diegenen die zich hebben voorgenomen minder te gaan eten.
-
Het fortuin is niet alleen zelf blind, maar meestal maakt zij ook diegenen blind, die zij begunstigd.
-
Diegenen die werkelijk in zichzelf geloven, zitten allen in een gekkenhuis.
-
Diegenen wiens hoop zwak is stellen zich tevreden met comfort of met geweld.
-
Ik ken geen groter dwazen dan diegenen, die eenmaal voor de geboden der christelijke vroomheid vlam hebben gevat; zij geven alles weg.
-
Zij die overdag dromen hebben weet van menige zaak die ontgaat aan al diegenen die enkel 's nachts dromen.
-
De grote kunst in de politiek is niet diegenen te horen die spreken, maar diegenen te horen die zwijgen.
-
Hoe hoger wij ons verheffen, des te kleiner schijnen wij aan diegenen toe, die niet kunnen vliegen.
-
Men haat gewoonlijk slechts diegenen die men niet kan minachten.
-
De wet neemt ook van diegenen de eer in bescherming die er geen eer op na houden.