Citaten 11 t/m 17 van 17.
-
Knappe mensen, scheldt niet te erg op de dommen, en bedenkt dat het vooral de vlakte is, die de bergen doet uitkomen.
-
Kóppigheid is de energie der dommen.
-
De dommen, onontwikkelden zeggen terstond, na één mislukte poging; "dan maar niet." De flinken, energieken vragen zich, na herhaalde mislukkingen, nog steeds af; "Wat nu?"
-
De publieke opinie heerst in de samenleving omdat domheid heerst onder de dommen.
-
Het weemoedige aan de wereld is dat het vol stomme mensen zit; en de wereld wordt gerund ten behoeve van de dommen en hun gewoontes.
-
Hoe verdienste en geluk samen hangen, dat komt nooit bij de dommen op. Als ze de steen der wijzen hadden, dan zou de wijze aan de steen ontbreken.
-
Nooit kan het in orde zijn, dat de dommen over de verstandigen heersen.