Citaten 41 t/m 50 van 102.
-
Ik heb me nergens zo thuis gevoeld als in New York. Ik moet wel een duivel zijn.
-
Ik heb niets tegen het volk; maar komt het eenmaal in het nauw, dan roept het, om de duivel te bannen, vast de schelmen, de tirannen.
-
Kunstenaars stellen vaak dat ze hun ziel niet aan de duivel willen verkopen, maar de kunstwereld moet de hand maar eens in eigen boezem steken.
-
Toon me een groot acteur en ik toon je een armzalige echtgenoot; toon me een grote actrice en ik laat je de duivel zien.
-
Vanaf mijn kindertijd heb ik God gezocht en heb de duivel gevonden.
-
Wanneer de duivel ziek wordt, wil hij monnik worden.
-
Wat kun jij, arme duivel, nu eigenlijk geven?
-
Wat zo erg is met God: je weet nooit of het niet een streek van de duivel is.
-
Wie voor een groot publiek werkt is een arme duivel; hij tobt zich af en krijgt stank voor dank.
-
Alle angst komt van de duivel. De moed en de vreugde zijn van God.