Citaten 61 t/m 70 van 77.
-
Er moet iets moois aan de deugd zijn, kapitein, maar ik ben slechts een arme kerel.
-
Er was eens een arme slang die al zijn huiden verzamelde. Dat was de mens.
-
Het doel om na te streven is een arme regering maar een rijk volk.
-
Het is gemakkelijker voor de rijke, het goede te doen dan voor de arme, het kwade te laten.
-
Het is vreemd te zeggen wat een vreugde wij getrouwde mensen hebben om deze arme drommels in onze situatie gelokt te zien worden.
-
Het zijn altijd de arme mensen die moeten boeten. En altijd moeten van de arme mensen de vrouwen het meeste boeten.
-
Men geeft eerder aan de rijke dan dat men aan de arme leent.
-
O, het maakt ons niet uit hoe de arme mensen op aarde lijden!
-
Omwentelingen zijn tijden, waarin de arme niet zeker is van zijn eerlijkheid, de rijke niet van zijn vermogen en de onschuldige niet van zijn leven.