Citaten 41 t/m 45 van 45.
-
Men kan een eerlijke man zijn en een zeer slechte echtgenoot.
-
Rijk zijn, gezond zijn, een echtgenoot hebben die u niet bedriegt, dat is wat wij geluk noemen.
-
De vrouw is voor haar echtgenoot, wat haar echtgenoot van haar gemaakt heeft.
-
Echtgenoot: iemand die, na het eten, de borden moet wassen.
-
Ik stel me de bedrogen echtgenoot voor die zegt: 'Wat me wel dwarszit, is te weten dat die vent nu weet waarmee ik genoegen heb genomen'.