Citaten 51 t/m 60 van 98.
-
Om nergens meer in te geloven, mijn vriend, moet je heel wat hebben gezien. Waar wil je dat ik naar toe ga? Kijk naar die oude uitgerookte stad; er zijn geen plekken, geen straten, geen stegen waar ik niet dertig keer heb rond gezworven; er zijn geen straatstenen waar ik niet mijn hakken aan gesleten heb, geen huizen waarvan ik niet weet van welk meisje of van welke oude vrouw het domme hoofd is dat zich eeuwig achter het raam aftekent; ik zou niet weten hoe ik een stap zet zonder over mijn stappen van gisteren te lopen; mijn lieve vriend, deze stad is nog niets vergeleken met mijn brein.
-
Ziel wees trouw en zie niet om, uit verlies wordt winst geboren. Wat wij hier op aarde verloren, blijft ons eeuwig eigendom.
-
De vraag, wat dat was tussen hen, zouden zij pas later bespreken – toen het er niet meer was, toen al die dagen in hun herinnering ineengevloeid waren tot één eeuwig-onvergetelijke dag. Ook de grieken, wist Onno, die de grondslag hadden gelegd van de westerse cultuur, bezaten geen woord voor ‘cultuur’. De woorden kwamen pas als de zaak was verdwenen.
-
Een dromer weet niets van zijn bestaan buiten de droom. Zo kan ook de nog dagdromende denker niet weten, dat hij eeuwig bestaat.
-
Eeuwig jong is de roem die voortreffelijke dichters verwerven; de ouderdom verzwakt hem niet, de dood doet hem niet sterven.
-
Het geslacht duurt eeuwig voort, en tot in late jaren, blijft bloeien het roemrijk huis, en het voorgeslacht geëerd.
-
Het idee is niet om eeuwig te leven, maar om iets te maken dat eeuwig zal leven.
-
Ik stel mij God voor, sprak de mug, vele duizenden malen groter dan ik; in de eeuwige glans en eeuwig geluk gonzend, danst hij en koestert hij zich in de zon.
-
Met de machten van het noodlot is geen eeuwig verbond te sluiten.