Citaten 121 t/m 130 van 935.
-
Hij is zo klein dat hij op een bankje moet gaan staan om zijn eigen haar te kammen.
-
Om de eigen geschiedenis acceptabel te maken, voegt ieder er een stukje legende aan toe.
-
Poëzie is een soort surplace in zijn eigen tekst.
-
De bescherming van iets moet worden toevertrouwd aan degene die de minste behoefte heeft om dat ten eigen nutte aan te wenden.
-
De sterkste liefde is die, welke zijn eigen zwakte kan laten zien.
-
Het weggeven van andermans geld en goed schaadt je aanzien niet, maar versterkt het. Alleen het weggeven van je eigen bezit berokkent je schade.
-
Wie anderen wil leiden, moet eerst zijn eigen meester worden.
-
Wij stellen ons niet tevreden met het leven, dat wij in ons hebben, en met ons eigen wezen; wij willen in de gedachten van anderen een denkbeeldig leven leiden; en wij sloven ons daarvoor uit om anders te schijnen dan wij zijn.
-
Een dichter is een nachtegaal die in de duisternis zit en zingt om zijn eigen eenzaamheid op te vrolijken met zoete klanken.
-
Men spreekt in de conversatie op onstuimige wijze, dikwijls uit ijdelheid of uit luim, zelden met genoeg aandacht. Geheel in beslag genomen als men is door de wens, te antwoorden op hetgeen waar men niet naar luistert, volgt men zijn eigen gedachtengang, en men zet die uiteen zonder enigszins acht te slaan op de redeneringen van anderen.