Citaten 121 t/m 130 van 158.
-
Wilt goed naar mij luisteren, niet met dat halve oor, dat gij aan boetepredikers pleegt te schenken, maar met de aandacht, waarmee gij marktschreeuwers. piassen en hansworsten aanhoort.
-
Zij die zich in het begin het meest haasten, schieten tegen het eind gewoonlijk het langzaamst op.
-
Door Erasmus wordt de letterkundige voor de eerste keer een Europese macht naast de andere machten.
-
Er zijn van die mannen die meer van Wijntje dan van Trijntje houden en dan hun grootste geluk aan de stamtafel vinden.
-
Ge weet nu dat ik Moria heet. Maar, gij, mijne toehoorders, hoe noem ik u? Welke ander eretitel dan opperzotten zal ik u geven.
-
Had ik mij zelf niet geprezen, ik ware ongeprezen uit het land gerezen.
-
Het is dwaasheid wat de mensen doen om een bedevaart te ondernemen naar die oude toverkollen als Medea en Circe. Alsof bij dezen de bron te vinden is die hun de jeugd terugbrengt.
-
Het paard deelt het onheil der mensen. Want niet zelden put het zich uit bij wedstrijden, omdat het zich schaamt voor de nederlaag. En op het slagveld wanneer het streeft naar de overwinning, wordt het doorstoken en bijt het mét de ruiter in het zand.
-
Ik denk er zo over; zoveel mensen als er op aarde zijn, zoveel beelden bestaan er van mij want iedereen is, of hij wil of niet, een toonbeeld van zotheid.
-
Plato schijnt te aarzelen of de vrouw gerekend moet worden onder de redelijke dan wel onder de redeloze wezens, dan wilde hij daarmee slechts de aandacht vestigen op de zeldzaam grote dwaasheid van het vrouwelijk geslacht.
De beste erasmus citaten, wijsheden, quotes en uitspraken vindt u nu al ruim 25 jaar op citaten.net. (pagina 13)