Citaten 1 t/m 5 van 5.
-
Als de critici elkaar in de haren vliegen, zit de kunstenaar op fluweel.
-
Wat is een troon? Vier stukken verguld hout met fluweel bedekt? Neen! De troon is een man, en deze man ben ik!
-
Een compliment: een leugen gekleed in fluweel.
-
Als fonkelende sterren op het donkere fluweel van mijn herinneringen liggen daar de vele indrukken.
-
Men moet zijn fluweel aan de binnenkant dragen, dat wil zeggen zijn beminnelijkheid bij voorkeur tonen aan hen, met wie men in zijn huis samenleeft.