Citaten 1881 t/m 1890 van 3388.
-
De mens kan ontzettend veel leed dragen wanneer er geen uitweg is.
-
De natuur is onze oudste moeder; zij zal geen kwaad doen.
-
De natuur kent geen gelijkheid. Zij heeft haar vooruitgang alleen bewerkstelligd door toenemende ongelijkheid.
-
De persoon, zij het een heer of dame, die geen plezier vindt bij een goede roman, moet onverdraaglijk stom zijn.
-
De randvoorwaarde van het universum is dat het geen randen heeft.
-
De schoonheid is de enige taal onzer ziel; zij verstaat geen andere.
-
De twee wijste der mensen, Socrates en Christus, schreven zelf geen boeken.
-
De verheerlijkers van de jeugd zijn lieden die dol zijn op rupsen en geen oog voor vlinders hebben.
-
De volgende oorlog zal verschrikkelijk zijn, zoals geen van zijn voorgangers.
-
De vraag, wat dat was tussen hen, zouden zij pas later bespreken – toen het er niet meer was, toen al die dagen in hun herinnering ineengevloeid waren tot één eeuwig-onvergetelijke dag. Ook de grieken, wist Onno, die de grondslag hadden gelegd van de westerse cultuur, bezaten geen woord voor ‘cultuur’. De woorden kwamen pas als de zaak was verdwenen.