Citaten 571 t/m 580 van 3388.
-
Keer tot u zelve in, want voor de steen der wijzen,
behoeft gij helemaal geen landen af te reizen. -
Koeien hebben geen tragiek, ze zijn de burgermannen uit het dierenrijk.
-
Liefhebben of lief gehad hebben is geen misdaad. Het werkelijke misdadige is iemand te doen geloven dat hij of zij de enige is die je ooit zou kunnen liefhebben.
-
Men moet de deugd beoefenen, zelfs al bezit men haar niet, dat wil zeggen door zijn wil en tegen zijn neigingen in. De gewoonte maakt, dat het ten slotte geen opoffering meer is; het wordt smaak, instinct, gewoonte.
-
Minachting van anderen is geen teken van superioriteit: een groot intellect denkt juist dat andere mensen zo ongeveer zijn als hijzelf.
-
Natuurlijk geloofden mijn kinderen in Sinterklaas. Buiten Nederland gelooft niemand in hem, laat staan in Zwarte Piet. Het geloof in Sinterklaas is erfgoed, van generatie op generatie overgedragen. Mijn kinderen geloofden omdat ze dat op de meest goedgelovige leeftijd, de leeftijd dat ze hun wereldbeeld vormden, hebben geleerd van hun ouders, de mensen die ze het meest vertrouwen. Idem voor elk religieus geloof. De kinderen van Hosni Mubarak zijn moslim, die van koningin Beatrix Nederlands-Hervormd. Dat is geen toeval, en ook geen gevolg van goddelijke interventie, geloof is cultuur.
-
Omdat er geen mooie meisjes waren, trok de fotograaf een lang gezicht.
-
Stierenvechten is geen sport. Dat werd ook nooit verondersteld. Het is gewoon een tragedie.
-
Toon kalmte tegenover zaken die voortkomen uit externe oorzaken en rechtvaardigheid tegenover zaken die door uw eigen energie tot stand worden gebracht, dat wil zeggen dat uw streven en daden geen ander doel mogen hebben dan het algemeen belang; omdat dat in overeenstemming is met uw aard.
-
Vaak was ik alleen met mijn ziel. Ik trad als zuivere substantie mijn ware zelf binnen, en wendde mij af van al het uiterlijke naar wat innerlijk is. Ik werd zuiver weten, zowel de wetende als de gewetene. Hoe verwonderd was ik schoonheid en pracht in mijn eigen zelf te aanschouwen en te herkennen dat ik een deel van de verheven Goddelijke Wereld ben, begiftigd zelfs met scheppend leven! In deze ontdekking van het zelf, werd ik boven de wereld van de zintuigen uitgetild, zelfs boven de geestenwereld, tot aan het Goddelijke, waar ik een zo prachtig Licht gewaar werd dat geen mond dit zou kunnen uitdrukken of geen oor verstaan.