Citaten 11 t/m 20 van 71.
-
Genezen: een gezond orgaan ziek maken om het zieke orgaan tijdelijk hulp te bieden.
-
Zo tedere schade als de bloemen vrezen
Van zachte regen in de maand van mei,
Zo koel en teder heeft uw sterven mij
Schade gedaan, die nimmer zal genezen. -
Wat geneesmiddelen niet genezen, geneest het ijzer, wat het ijzer niet geneest, geneest het vuur, wat het vuur niet geneest, moet men als ongeneeslijk beschouwen.
-
Het tegengestelde wordt door het tegengestelde genezen.
-
Het is als met de tering: de ziekte is in het begin gemakkelijk te genezen en moeilijk te constateren, maar wanneer men haar niet meteen in de beginfase onderkent en geconstateerd heeft, gemakkelijk te constateren en moeilijk te genezen.
-
Wie van zijn onwetendheid genezen wil, moet haar eerst opbiechten.
-
Een wond, door een pijl toegebracht, zal een litteken krijgen en genezen; een woud, door de bijl geveld, zal weer opgroeien, maar een wond, door de tong toegebracht, geneest nooit.
-
Als er heel wat geneesmiddelen zijn aangeraden voor een kwaal, betekent dat dat die niet genezen kan worden.
-
Dokters denken vaak dat een patiënt genezen is, wanneer hij alleen vol afkeer is weggelopen.