Citaten 11 t/m 20 van 26.
-
Had ik mij zelf niet geprezen, ik ware ongeprezen uit het land gerezen.
-
Hoe nederig het werktuig als het geprezen wordt om wat de hand verricht heeft.
-
Op de door iedereen geprezen gulden middenweg heeft men meestal ook maar middelmatig werk geleverd.
-
Prijzen is niet genoeg; we moeten ook zelf af en toe geprezen worden.
-
Bescheidenheid in een minnaar is een eigenschap die door de vrouwen meer geprezen dan gewaardeerd wordt.
-
Hij was alleen beroemd doordat knoeiers hem hadden geprezen voordat kenners hem hadden gelezen.
-
Niemand verdient om zijn deugd geprezen te worden als hij de kracht mist om slecht te zijn. Anders is alle deugd meestal niets dan luiheid of zwakheid van wil.
-
Wanneer iemand in dit leven ergens voor geprezen wordt, dan is dat meestal voor iets dat men niet heeft gedaan.
-
Wie veel prijst, wordt veel geprezen.
-
Er kan niets ergers zijn dan geprezen te worden door een smiecht.