Citaten 1 t/m 10 van 17.
-
Niet gebrek, doch overvloed verwekt gierigheid.
-
De drie hellepoorten die tot de ondergang van de ziel leiden heten; wellust, toorn en gierigheid.
-
Gierigheid is een soort rekenkund op welks wortels verscheidene deugde teruggaan.
-
Gierigheid wordt in Nederland beschouwd als een deugd en zuinigheid genoemd.
-
De ondeugd die ondankbaarheid heet, vindt haar oorzaak in gierigheid of achterdocht.
-
Gierigheid en geluk hebben elkaar nooit gezien, hoe zouden zij dan met elkaar bekend hebben moeten raken?
-
Wanneer alle zonden oud in ons zijn en op krukken gaan, ligt de gierigheid nog pas in de wieg.
-
De mythe van Tantalus heeft bijna nooit anders gediend dan tot zinnebeeld der gierigheid; maar zij is minstens evenzeer dat van de eerzucht, de liefde, ja van bijna alle hartstochten.
-
Armoede mist veel, gierigheid alles.
-
Hartstochten verwekken dikwijls andere, die eraan zijn tegengesteld: gierigheid brengt soms verkwisting voort en verkwisting gierigheid; men is vaak sterk uit zwakheid en vermetel uit vreesachtigheid.




