Citaten 1 t/m 6 van 6.
-
De opvoeding van een kind moet beginnen honderd jaar voordat het wordt geboren; bij zijn grootouders.
-
De bevolking bestaat uit twee groepen: zij die aan hun kinderen en kleinkinderen graag iets willen nalaten, en zij die van hun ouders en grootouders graag iets willen erven.
-
Gelukkig dat mijn grootouders de pil niet namen. Anders was ik nu een wees.
-
Niemand kan voor kleine kinderen doen wat grootouders doen. Grootouders besprenkelen als het ware het leven van kleine kinderen met sterrenstof.
-
De reden dat grootouders en kleinkinderen het zo goed met elkaar kunnen vinden is omdat ze een gezamenlijke vijand hebben.
-
Ik schaam me niet voor mijn grootouders die slaven zijn geweest. Ik schaam me alleen voor het feit dat ik me ooit eens schaamde.

