Citaten 51 t/m 60 van 96.
-
De goeden haten de zonde uit liefde voor de deugd.
-
Ik heb hem te zeer liefgehad om hem nu niet te haten.
-
Ik sta niemand toe, wat zijn huidskleur ook mag zijn, mijn ziel te vernauwen en te verschrompelen door mij hem te laten haten.
-
Niet mee te haten, maar mee beminnen ligt in mijn aard.
-
We kunnen elkaar zoenen zonder van elkaar te houden; soldaten vechten ook goed zonder elkaar te haten.
-
Alle idioten haten het als je ze een idioot noemt.
-
Als dit jouw manier van liefhebben is, smeek ik je om me te haten.
-
Als je niet oppast, zorgen de kranten ervoor dat je de mensen gaat haten die onderdrukt worden en van de mensen gaat houden die onderdrukken.
-
De mensen haten degenen die hen hun eigen minderwaardigheid doen gevoelen.