Citaten 1 t/m 3 van 3.
-
O, ziet men toch die hutten aan, welke deze priesters bouwden! Kerken noemen zij hun zoet riekende holen.
-
Woorden zijn tekens aan de wanden van grotten en holen, die onze levens zijn. Sporen van mensen die voorbij gingen en opgelost zijn in de lucht, of veranderd zijn in een plein, een standbeeld, een sigarenmerk, een vliegtuig.
-
Wat we hier in dit land nodig hebben, zijn dappere burgers die de rode ratten achtervolgen waar ze horen - in hun holen.