Citaten 1 t/m 3 van 3.
-
Koningen zijn ambitieus; de adel hooghartig; en het volk onstuimig en onbestuurbaar.
-
De edelmoedige persoon heeft zelfvertrouwen, maar is niet arrogant. De gewone man is hooghartig, maar niet zelfverzekerd.
-
Het is moeilijk voor een hooghartig mens degene te vergeven, die hem op een fout betrapt.
